Datacenter ITB-Kwadraat excelleert in efficiëntie

10 January 2013

ITB-Kwadraat heeft op de Ecofactorij in Apeldoorn haar tweede datacenter gebouwd. Het nieuwe datacenter in Apeldoorn heeft een vloeroppervlakte van 3.300 m2 en een power voorziening van 6 Megawatt en voldoet aan een zeer hoog ambitieniveau op het gebied van energie-efficiëntie, continuïteit en veiligheid. Tegelijkertijd is het ook een van de blikvangers op het bedrijventerrein. 

Aanleiding voor de bouw van het datacenter was expansie. "Na grondig onderzoek bleek nieuwbouw kostenefficiënter dan het verbouwen van ons bestaande datacenter in Deventer", vertelt directeur/eigenaar Niels Hensen. "Een andere optie was het verbouwen van een bestaand pand. In Apeldoorn, waar wij ons wilden vestigen, waren echter geen geschikte panden beschikbaar. Al met al kozen we dus voor nieuwbouw, met als voordeel dat we nieuwe technieken konden toepassen."

Energie-efficiëntie

ITB-Kwadraat past diverse nieuwe technieken toe voor o.a. het behalen van een hoge energie-efficiëntie. "Het datacenter heeft een PUE-waarde van 1,09", aldus Hensen. "Dit betekent dat we voor 1000 kilowatt aan IT-last, slechts 1090 kilowatt aan stroom nodig hebben." Een onderdeel waar flink op bespaard wordt, is koeling. In plaats van een traditioneel koelsysteem met compressoren, koos ITB-Kwadraat voor een recirculerend binnenklimaat met  een lucht-luchtkruiskoeling. Hierbij wordt de warme binnenlucht rechtstreeks gekoeld tegen de koele buitenlucht. Dit gebeurt in vier enorme luchtkanalen van 22 x 1,5 x 9 meter. Hensen: "Wanneer de buitenlucht te warm is, passen we adiabatische koeling toe. Dit koelsysteem, waarbij regen- of leidingwater verdampt wordt in de buitenluchtstroom, werkt op het natuurkundige principe dat bij de overgang van vloeistof naar gas warmte aan de omgeving wordt onttrokken."

Continuïteit

In het ontwerp van het nieuwe datacenter is tevens veel aandacht besteed aan optimale stroomvoorziening- en distributie. "Cruciaal voor de continuïteit en efficiëntie van onze dienstverlening", zegt Hensen. "We halen onze stroom uit het private stroomnet van de Ecofactorij, maar ook, in geval van nood, uit eigen opwekking via in totaal zes dieselgeneratoren. We hebben een tweezijdige 10 kilovolt aansluiting en beschikken over twee volledig gescheiden stroompaden, tot aan de servers op de vloer. In de praktijk betekent dit dat we een A en B feed hebben, die elk zijn aangesloten op het stroomnet en de beschikking hebben over een eigen dieselgenerator en een batterij. We voldoen hiermee aan de eisen van de Tier IV-classificatie uit de datacenterstandaard van het Uptime Institute. Slimme ups-technieken zorgen bovendien voor extra stroombesparing."

Brievenbus

In tegenstelling tot de meeste bouwprojecten, vormde de architect het sluitstuk in het ontwerpproces. Hensen: "Eerst deelden we de computerzalen, dataruimten en de daaromheen liggende faciliteiten zo efficiënt, functioneel en veilig mogelijk in. Daarna gaven we FACD de opdracht om hier een gebouw omheen te ontwerpen. Op basis van de indeling en vormbepalende elementen, zoals de grote luchtkanalen en inpandige luchtbehandelingskasten, slaagde het architectenbureau erin om een stoer datacenter te ontwerpen met een eigen gezicht. Kenmerkend zijn de schuine belijningen en de luchtsleuf op de zijgevels, die het gebouw de bijnaam 'de brievenbus' opleverden." Na een intensief ontwerpproces, waarbij Hensen een prominente rol had in het bouwteam, ging in januari 2012 de bouw van start. Inmiddels is de bouwkundige oplevering achter de rug en is de afmontage van de technische installaties in volle gang. "In maart 2013 gaan we het datacenter testen", besluit Hensen. "Op 29 maart zijn we in bedrijf."

Bron: IndustrieBouw, januari 2013


<< terug